Wijnlanden

Spanje

Spanje is in een stroomversnelling terecht gekomen toen dictator Franco in 1975 het veld moest ruimen. Net als in Zuid-Afrika en Chili begon de wijn ineens een stuk beter te smaken toen het woord ‘democratie’ weer in het Spaanse woordenboek werd opgenomen. Ook buitenlandse investeerders roken hun kans in Spanje, omdat het weer de moeite waard was om te investeren in de wijnindustrie. Geld werd gestoken in moderne apparatuur en die is tegenwoordig onmisbaar als je lekkere wijn wilt maken. Het kwam al helemaal in een stroomversnelling toen Spanje toetrad tot de Europese Unie. Slechte wijngaarden met oninteressante druiven werden gerooid en er werden nieuwe, goedlopende druivenrassen herplant.

Het breken met het verleden (oninteressante druivenrassen) ging gepaard met de traditionele Chardonnay en de Cabernet-Sauvignon krankzinnigheid. Inmiddels is er in Spanje sprake van een fanatieke eigen-druiven-eerst-stroming. Niet uit pure chauvinisme, maar vooral door de temperamentvolle lokale helden die een volstrekt eigen karakter bezitten. Garnacha, Monastrell, Cariñena, Bobal en Mencía voor rode wijn en rosé zijn opnieuw ontdekt. Zo ook de Verdejo, de Albariño en de Macabeo voor wit. Rioja en Jerez (het sherry gebied) hebben op de Spaanse wijnkaart gezelschap gekregen van gebieden als Penedés, Valdepeñas, La Mancha, Ribera del Duero, Toro, Priorat, en Yecla.

Naast het Spaanse karakter, de eigen druiven, een gunstig klimaat en een goed terroir is in Spanje nu ook ‘Onderzoek en ontwikkeling ten behoeve van de wijnbouw’ een hoofdvak op universiteiten.

Oostenrijk

Oostenrijks meest aangeplante witte druif Grüner Veltliner is zeer snel een groot exportfenomeen geworden. Deze druif die wordt verbouwd op kiezel- of rode gravelrijke bodem is knisperend, vol met frisse zuren en mineralen tot vrij exotisch en bloemig. Er is een grote gemene deler te vinden, namelijk een verbluffende zuiverheid met een ongekende frisheid.
Echter was de Oostenrijkse nationale wijnindustrie heel lang naar binnen gericht. Er werd maar net voldoende wijn geproduceerd voor eigen gebruik. Van export was nauwelijks sprake, behalve naar buurland Duitsland. Druiven als Blaufränkisch, Zweigelt en Saint Laurent hebben ook niet bepaald hun naam mee om te gebruiken in niet-Duitstalige landen.  Een kleine kwart eeuw geleden is de Oostenrijkse wijnindustrie drastisch gemoderniseerd, vooral vanwege het anti-vries wijnschandaal in 1985. De productie steeg maar men bleef trouw aan eigen druiven. Anthony Barne, een Engelse Master of Wine en jurylid tijdens de World Wine Awards (jaarlijkse wedstrijd van het blad Decanter) riep: “Houden zo! De grote kracht van Oostenrijkse wijnen is dat deze uniek en ongelooflijk goed gemaakt zijn. Hoe minder Cabernet-Sauvignon er wordt aangeplant des te beter”.

Italië

De Franse wijngoeroe Michel Rolland schijnt ooit over Italië te hebben gezegd dat Italië de slechtste en de mooiste wijnen ter wereld produceert. En hij heeft gelijk want Italië begint steeds minder te leunen op de alledaagse wijnen die de Italianen zelf goed genoeg vonden bij hun dagelijkse maaltijd. Vanaf 1995 is er een ommezwaai te herkennen. Italiaanse wijngaarden gingen op de schop en wijnkelders werden gerenoveerd. De nadruk kwam veel meer te liggen op kwaliteit. In 1980 had Italië zo’n 1,23 miljoen hectare aan wijngaarden. Tien jaar later was daar 970. 000 hectare van overgebleven. Vier jaar geleden stond er nog maar 800.000 hectare op de teller. In liters omgerekend lag in 1995 de wijnproductie in Italië op 60 miljoen hectoliter per jaar en in 2008 was dit slechts 45 miljoen. Daarentegen was de totale waarde juist gestegen. Minder liters werden voor meer geld verkocht, vooral in het buitenland. Waar de binnenlandse consumptie verminderde, steeg de export.
Ook in Italië is er geëxperimenteerd met onvermijdelijke internationals. Voor de zogeheten Super Tuscans zijn Cabernet-Sauvignon en Merlot nog steeds het basismateriaal. Het naar voren schuiven van de ‘autochtone druiven’ was een gouden zet. Op instapniveau zijn de wijnen in de supermarkt wijnen vooral gemaakt van nero d’Avola, Negroamaro, Grillo, Primitivo en Catarratto. Met hun naam pontificaal op het etiket. De Italiaanse wijnbouw heeft ook een sterk exportargument: in geen enkel ander Europees wijnland wordt de biologische wijnbouw zo enthousiast bedreven als in Italië.

Duitsland

Bij onze buren is de eigen Riesling een dominante speler. Er bestaat geen Anbaugebiet waar hij niet is aangeplant. Het een druif met twee verschillende gezichten. Van de ene kant wordt de druif niet serieus genomen vanwege de eindeloze matige slobberwijn productie. Van de andere kant is het juist de druif bij de pure liefhebbers. Door deze liefhebbers wordt de Riesling toegejuicht voor wijn in de meest zuivere en ongerepte vorm.
De Riesling trakteert de drinker op een zintuigelijke wereldreis, waarin bloemen, citrusfruit, honing, appels, perziken, peren, marsepein, peper en mineralen zich presenteren. Doorgaans heeft deze wijn een wat lager alcoholpercentage. Tegenwoordig zijn veel wijnmakers in Duitsland fundamentalistische bio-dynamische producenten en hanteren niet-gemanipuleerde productiewijze. Dat blijkt aan te slaan want de populariteit van riesling groeit.
De wijn past perfect bij gerechten uit de moderne keuken en schuift graag aan bij  Oriëntaalse gerechten. Maar vergeet ook zeker de kwaliteiten van Weissburgunder (Pinot Blanc) en Grauburgunder (Pinot Gris) niet. Zelfs met Chardonnay worden soms verrassende wijnen gemaakt in Duitsland. Toch is in het blanke bolwerk een stille revolutie gaande. Inmiddels zijn er vooral in het Rheinhessen- en Pfalzgebied wijngaarden aangeplant met druiven voor rode wijn.

Portugal

Dit land grenzend aan de Atlantische oceaan heeft veel verschillende soorten druivenrassen waarvan weinig mensen het fijne vanaf weten. Portugal doet al eeuwen mee in de wereld van de wijnhandel. Ook dit land heeft zijn voordeel gedaan met technische ontwikkelingen waardoor authentieke wijnen meer finesse hebben verworven. Er zijn grote verschillen in het Portugese maritieme klimaat, van koel en vochtig in de noordelijke Minho tot warm en zonnig in de zuidelijke Algarvestreek.

De meeste Portugese wijnen zijn assemblages; ze worden gemaakt van meerdere soorten druiven. Zo heeft iedere regio wel weer een andere mix van tientallen soorten.
De alom bekende wijn uit Portugal is Port; een versterkte zoete wijn afkomstig uit de Dourovallei. Een spectaculair landschap met terrasachtige wijngaarden op zeer steile hellingen. In de zomer is het er erg warm en in de winter steenkoud. Al sinds de 13e en 14e eeuw werd er vanuit de Douro port naar Engeland geëxporteerd.

De rode Dão is een klassieke rode fruitige, zachte wijn. Langs de rivier Dão zit er veel graniet in de grond. Hierdoor groeien de blauwe druiven groeien goed en dat levert kwaliteitswijn op.
Vinho Verde betekent letterlijk ‘groene wijn’. De wijngaarden van de Vinho Verde streek liggen op de groene heuvels van de Costa Verde in het noordwesten van Portugal. Deze regio produceert frisse, zure, sprankelende wijnen, voornamelijk witte wijnen die vroeg worden gebotteld.

Frankrijk

Frankrijk is en blijft hét wijnland. Alle grote, klassieke druivensoorten waar iedereen ter wereld graag wijn van wil maken komen hiervandaan. De mix aan grondsoorten (terroir) is heel divers. Ook de noordelijke ligging van Frankrijk zorgt voor een lang groeiseizoen. Daardoor veel geur, smaak, bescheiden alcoholgehalte, fraaie zuren. Met name in de Languedoc-Roussillon, het grootste wijnbouwgebied van Frankrijk en ter wereld, zijn veel lokale producenten geswitcht van kwantiteit naar kwaliteit. En er duiken steeds meer boutique wineries op. In Frankrijk zelf echter hangt het stigma ‘bulkproducent’ en ‘kruidenierswijn’ nog steeds als een donkere schaduw boven de Zuid-Franse wijngaarden. Maar vernieuwing en verbetering blijft niet beperkt tot het zuiden. Ook in de overige wijnbouwgebieden is sprake van nieuw élan. In de Loire, de Elzas, de Rhône, Bourgogne en Bordeaux....Nieuwe generaties wijnmakers herontdekken hun grootste troef, een eigen, onverslaanbare, niet te kopiëren terroir. De komende jaren gaat wijnland Frankrijk volgens wijnrecensent Harold Hamersma veel van het verloren gegane terrein terugwinnen.

Zuid-Afrika

Al meer dan 7000 jaar geleden wordt er in Zuid-Afrika wijn gemaakt. Maar toch wordt Jan Van Riebeeck als de grondlegger van de wijnbouw in Zuid-Afrika beschouwd. In 1656 plantte hij als Gouverneur van de Kaap de eerste druivenstokken in de tuin van de Oost-Indische Compagnie. Een paar jaar later (2 februari 1659) wordt de eerste wijn gemaakt van de aangeplante druivenstokken. De eerste kwaliteitswijnen kwamen aan de oppervlakte vanaf 1679 toen Jan Van Riebeeck werd opgevolgd door Simon van de Stel. Hij plantte als eerste wijngaarden in Constantia. Door de komst van de Franse hugenoten eind van de 17e eeuw komt er ook de nodige kennis van wijnbouw Zuid-Afrika binnen en gaat de ontwikkeling van de wijnbouw veel sneller. Wijnbouw in Zuid-Afrika is met name te vinden in het uiterste zuidwesten van het land, in de westelijke Kaapprovincie (Western Cape). Western Cape is de op drie na grootste provincie van de negen die Zuid-Afrika telt; met zijn 129.000 m² is het qua oppervlakte vergelijkbaar met Griekenland. Zowel topografisch als klimatologisch is het een heel gevarieerde regio, met een band van bergruggen langs de zuidelijke kustlijn. De westkust, en ook het plateau van de Karoo in het binnenland, is zeer droog. De wijngebieden liggen bijna allemaal binnen twee à drie uur rijden vanaf de kust en ze profiteren optimaal van het overwegend mediterrane klimaat dat zo gunstig is voorde wijnbouw. Als we kijken naar de druivenrassen dan doen met name Chardonnay, Sauvignon Blanc en Chenin (Steen) voor wit en Cabernet-Sauvignon, Merlot, Malbex, Cabernet-Franc, Petit Verdot, Syrah en Pinotage voor rood het goed. Pinotage is Zuid-Afrika’s eigen druif, een kruising van Cinsaut en Pinot Noir.

Loading...